“Wie zal nummer vijf zijn?” dacht de prins. Maar daar hoefde hij niet lang over te denken, want in de verte zag de prins een man. De man droeg een dikke winterjas, een dikke muts, drie wollen sjaals en wanten. En dat terwijl het zomer was. “Waarom draag je al die winterkleren?” vroeg de prins. “Nou, des te warmer het buiten is des te kouder ik het krijg. Dat heb ik al van jongs af aan. Daarom noemen ze mij ook Koukleum”. De prins vond dit wel wat vreemd, maar vroeg hem of hij ook mee zou willen gaan. “Misschien komt hij nog van pas”, dacht de prins. En zo reisde het gezelschap verder: de prins, Putoor, Springkuit, Heuvelbuik, Kogeloog en Koukleum.
U merkt dat op dit moment de prins nog maar vijf dienaren heeft. Kent u de naam van de zesde dienaar? Een kleine tip: in de Efteling is hij alom tegenwoordig.