VRAGENLIJST ZESTIENDE DORPSKWIS 20 SEPTEMBER 1997
![]() |
Vraag 2 |
|
Op een mooie dag komt een vreemd roodharig
meisje te paard het stadje binnengereden. Ze heeft haar aapje Mijnheer Nilsson bij zich en
een zak vol gouden munten. Het meisje met de twee vlechten... inderdaad Pipi Langkous,
stijgt af bij de veelkleurige villa van haar vader, een zeekapitein. Pipi raakt bevriend
met Tommie en Annika en samen beleven zij spannende avonturen in en om de villa... de
villa... . |
|
Vraag 3 |
||
Daniel is groot. Den Bruno is nog groter.
Maar de Bakker heeft/is de grootste. |
||
|
||
Vraag 4 |
||||
Op onze buurplaneet Mars moeten ooit woeste
waterstromen rijkelijk hebben gevloeid, te oordelen naar de beelden die het telegeleide
marskarretje vanop de planeet zelf via het moederruimtetuig naar de Aarde overseinde. |
||||
|
||||
Vraag 5 |
|||||||||||||
U krijgt van ons enkele namen van personen en
hun alter ego.
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
||||||
|
|
|||||||||